Europa moet meer doen om gehandicapte vrouwen te beschermen

This page is also available in

EESC: de EU moet alle op gender en handicap gebaseerde discriminatie, waar ca. 40 miljoen vrouwen in Europa te maken mee hebben, bestrijden en uitbannen.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), een orgaan dat het Europees maatschappelijk middenveld vertegenwoordigt, heeft de EU-instellingen en lidstaten op 11 juli verzocht meer te ijveren voor de bescherming van gehandicapte vrouwen en meisjes, die in de EU nog steeds geconfronteerd worden met verschillende vormen van discriminatie op grond van geslacht en handicap, waardoor ze vaak maatschappelijk uitgesloten worden.

In het advies hierover dat tijdens de plenaire zitting van juli werd goedgekeurd, zegt het EESC dat het de EU en haar lidstaten ontbreekt aan een sterk rechtskader om de mensenrechten van gehandicapte vrouwen en meisjes te beschermen en te vrijwaren. Bovendien verzuimen zij om de factor handicap mee te nemen in hun genderbeleid. Evenzo is er ook geen genderperspectief in hun gehandicaptenbeleidsstrategieën, wat indruist tegen de bestaande wetgeving inzake handicaps.

Vrouwen met een handicap hebben bijzondere steun nodig, maar er is in de verschillende EU-strategieën geen specifieke aandacht voor hen, noch in de strategie voor vrouwen, noch in de strategie voor gehandicapten. Het is alsof deze mensen zijn verdwenen, alsof ze minder waarde hebben dan de rest van de bevolking, aldus Gunta Anča, de rapporteur voor het advies, ten overstaan van de voltallige vergadering.

Daarnaast dringt het Comité er bij de EU en haar lidstaten op aan om uitvoering te geven aan het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD), met name artikel 6 inzake vrouwen met een handicap.

Tevens vindt het dat financiële middelen van de EU moeten worden gebruikt om toegankelijkheid en non-discriminatie voor vrouwen en meisjes met een handicap te bevorderen.

Het EESC benadrukt dat het voor de EU en de lidstaten belangrijk is om toe te treden tot het Verdrag van Istanbul inzake het voorkómen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Gehandicapte vrouwen en meisjes lopen drie tot vijf keer meer risico om hiervan het slachtoffer te worden dan niet-gehandicapte.

Het EESC pleit ervoor dat deze vrouwen betere toegang krijgen tot gezondheidszorg, zowel specifieke gezondheidsdiensten voor gehandicapten als reguliere zorgverlening. Gezondheidsfaciliteiten en -uitrusting, waaronder machines voor mammografieën en tafels voor gynaecologisch onderzoek, zijn vaak niet fysiek toegankelijk voor vrouwen met een handicap, zodat ze worden uitgesloten van preventieve gezondheidsmaatregelen, zoals borstonderzoeken.

De ca. 40 miljoen vrouwen en meisjes met een handicap (16 % van de totale vrouwelijke bevolking!) behoren tot de meest kwetsbare en gemarginaliseerde groepen in de Europese samenleving.

Veel besluitvormers gaan aan deze groep voorbij, en er zijn hierover ook onvoldoende statistieken en studies. Deze vrouwen zijn er niet alleen slechter aan toe dan vrouwen zonder handicap, maar ook dan mannen met een handicap, aldus mevrouw Anča.

Ze worden vaak uitgesloten van inclusief onderwijs en inclusieve opleiding, en hun participatiegraad is laag: slechts 18,8 % van de gehandicapte vrouwen werkt, tegenover 28,1 % van de gehandicapte mannen. Ze nemen geen leidinggevende functies op zich en nemen niet genoeg deel aan het politieke en maatschappelijke leven. Dit alles leidt ertoe dat zij een groter risico lopen op armoede en sociale uitsluiting.

Het EESC legt in zijn advies speciale nadruk op seksuele en reproductieve rechten, die gehandicapte vrouwen vaak ontzegd worden als gevolg van onterechte stereotypering en vooroordelen, zowel in de gemeenschap als in de familiekring.

Vrouwen met een handicap wordt dikwijls geadviseerd zich te laten steriliseren, omdat vaak wordt gezegd dat ze beter geen kinderen kunnen krijgen. Er is maar heel weinig steun beschikbaar voor degenen onder hen met een kinderwens, zei mevrouw Anča. Het EESC is van mening dat er een einde moet worden gemaakt aan gedwongen sterilisatie en dat alle vrouwen het recht moeten hebben zelf te beslissen over het behoud van hun vruchtbaarheid en het stichten van een gezin.

Door verschillende wetgevingshandelingen kunnen vrouwen met een handicap geen beslissingen nemen over hun eigen leven. Zij kunnen hun rechten als EU-burgers niet altijd uitoefenen, aldus mevrouw Anča.

Deze vrouwen moeten tegen traditionele opvattingen en bepaalde attitudes en vooroordelen opboksen. Ook in de media worden ze genegeerd, en als ze toch worden opgevoerd, gebeurt dat vanuit een aseksueel medisch perspectief en wordt voorbijgegaan aan hun capaciteiten en hun bijdrage aan de omgeving.

Het EESC stelt voor dat de EU en de lidstaten een bewustwordingscampagne over handicapgerelateerde wetgeving opzetten om gehandicapte vrouwen zichtbaarder te maken en vooroordelen jegens hen te helpen bestrijden.

In de discussie over het advies tijdens de plenaire zitting van het EESC werd erop gewezen dat vrouwen met een handicap actief zouden moeten deelnemen aan de Europese verkiezingen, niet alleen door te stemmen, maar ook door zich kandidaat te stellen.

Het advies is opgesteld op verzoek van het Europees Parlement en zal worden gebruikt als input voor het verslag dat het Parlement komend najaar over dit onderwerp zal uitbrengen.