EESC waarschuwt: zonder sterke Europese batterijenindustrie dreigen autofabrikanten de EU te verlaten

This page is also available in

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) steunt het EU-actieplan over batterijen dat de Europese Commissie heeft voorgesteld, maar acht het wel nodig om dit plan kracht bij te zetten en snel uit te voeren.

Wat er op het spel staat: verplaatsing van de EU-auto-industrie

Het risico dat zeer grote delen van de Europese automobielindustrie hun productie zullen verplaatsen naar regio’s die dichtbij de productie-eenheden van batterijcellen liggen, veelal in Azië, is reëel. In het advies van Colin Lustenhouwer, dat tijdens de plenaire zitting van juli werd goedgekeurd, schaart het EESC zich achter het door de Europese Commissie opgestelde strategische actieplan voor batterijen, maar merkt het wel op dat dit plan versterkt en snel uitgevoerd moet worden, om te voorkomen dat Europese autofabrikanten uit de EU wegtrekken. Er staat heel veel op het spel. Het gaat om de werkgelegenheid van zo’n 13 miljoen Europese werknemers in de sector, aldus de heer Lustenhouwer. Er is duidelijk een wijdverspreid gevoel van urgentie bij beleidsmakers, wetenschappers en bedrijven. Zij beseffen dat het laat, zo niet té laat is. We hebben goede, veilige en milieuvriendelijke batterijen nodig.

Stand van zaken: er zit weinig schot in de batterijenindustrie in de EU

Batterijen zijn in ons dagelijks leven onmisbaar geworden; ze vormen een belangrijk onderdeel van onze mobiele telefoons, pc’s, tablets en huishoudelijke apparaten, maar ook van elektrische voertuigen. Wat zowel de ontwikkeling als de productie van batterijen betreft, loopt de EU momenteel sterk achter. Europa is afhankelijk van niet-EU-landen, met name uit Azië. Maar liefst 85 % van al onze batterijen komt uit China, Japan of Korea. De Europese productie is goed voor een schamele 3 % van de wereldproductie, terwijl de VS voor zo’n 15 % meetelt. Batterijen maken zo’n 40 tot 50% van de kosten van elektrische voertuigen uit. Gezien de zeer snelle ontwikkeling van de sector zullen deze kosten in de nabije toekomst waarschijnlijk afnemen, waarmee er voor de Europese industrie een potentieel gigantische markt in het verschiet ligt.

Het in april 2019 gepubliceerde eerste voortgangsverslag van de Europese Commissie over de uitvoering van het strategisch actieplan voor batterijen geeft aan dat een veelheid van acties in gang is gezet om te komen tot een belangrijke batterijenindustrie in de EU. Zo is de Europese Alliantie voor batterijen een platform dat bedrijven, beleidsmakers en wetenschappers in staat stelt om samen te werken en hun inspanningen te coördineren. Er moet in de komende jaren echter nog veel meer gebeuren om de sector te ontwikkelen, met de nadruk op investeringen en innovatie. Maatregelen moeten erop gericht zijn om de technologische kennis op het noodzakelijke peil te brengen, de levering van grondstoffen vanuit Europese en derde landen te waarborgen en ervoor te zorgen dat batterijen veilig en schoon gerecycled kunnen worden.

Verdere stappen: O&O, grondstoffenvoorziening garanderen, recycling

De batterijenstrategie is geen eenmalig initiatief, maar vereist een structurele benadering in het EU-beleid. Investeringen die nu worden gedaan, zullen wellicht pas in de toekomst zichtbaar worden: ze hebben een lange terugverdientijd, van 20 tot 30 jaar. We hebben een langetermijnbeleid nodig en onderliggende steun van nationale overheden, vindt de heer Lustenhouwer. De overheid kan hier een rol als aanjager van een investeringsproces op zich nemen waarbij investeerders en initiatiefnemers worden samengebracht.

Het zwakke punt van de EU is dat ze maar over een beperkte hoeveelheid grondstoffen beschikt. Traditionele batterijen bevatten metalen zoals lithium, nikkel, mangaan en kobalt, die op dit moment slechts in beperkte hoeveelheden gewonnen worden. Potentiële voorraden zijn aanwezig en zullen moeten worden ontgonnen, hoewel daarmee, zoals het er nu naar uitziet, slechts voorzien kan worden in zo’n 15 tot 20 % van de totale vraag. Er zou moeten worden ingezet op de ontwikkeling van nieuwe types batterijen, zoals “solid-state batteries” (vastestofbatterijen), waarmee de afhankelijkheid van grondstoffen sterk zou afnemen.

Over het algemeen is de Europese bevolking zeer terughoudend ten opzichte van mijnbouw en het heropenen van verlaten mijnen (het NIMBY-principe – Not In My Back Yard, niet in mijn achtertuin). De positieve effecten van het sociaal en milieubewust delven van grondstoffen zouden dan ook moeten worden benadrukt. Het is van essentieel belang om lokale gemeenschappen erbij te betrekken (“local ownership”), teneinde te voorkomen dat er tegen dergelijke activiteiten een zodanige weerstand ontstaat dat deze niet van de grond komen.

Recycling kan ook een substantiële bijdrage leveren, bijv. via “urban mining” (terugwinning van onderdelen uit gebruikte producten en afval). De cijfers zijn echter laag: ongeveer 57 % van de conventionele batterijen wordt nog niet gerecycled en de recycling van materialen staat nog maar in de kinderschoenen: slechts zo’n 10 % van de materialen uit een oude batterij wordt teruggewonnen. Er zijn meer concrete initiatieven nodig, vooral om de ingezamelde hoeveelheden en de recyclingpercentages op te voeren.

Ook moet aandacht worden besteed aan consumenten en normen. “De Europese consument moet er via gerichte voorlichtingscampagnes van bewust worden gemaakt dat de aankoop van in Europa geproduceerde batterijen tal van voordelen heeft boven de aankoop van batterijen uit derde landen, waar menselijke waarden en milieuveiligheidsnormen niet per se in dezelfde mate worden nageleefd”, concludeert de heer Lustenhouwer. “Verdergaan op de huidige manier is een blijvende vorm van het exporteren van onze milieuproblemen.”

See also