Circulaire economie: tijd om de consument een actievere rol te geven

Tot nu toe waren de maatregelen ter bevordering van een kringloopeconomie in Europa vooral gericht op de productiesector: bedrijven werden ertoe aangemoedigd om over te stappen op een circulair bedrijfsmodel en circulaire producten op de markt brengen. Maar nu is de tijd gekomen om consumenten aan te spreken en ervoor te zorgen dat zij duurzame aankoopkeuzes maken in hun dagelijks leven, aldus het EESC in een advies dat in juli werd uitgebracht.

In het advies, getiteld “Consumenten in de circulaire economie”, pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité ervoor om de bakens te verzetten en op alle bestuursniveaus in Europa de consument centraal te stellen in het overheidsbeleid met betrekking tot de circulaire economie.

In de eerste fase van de circulaire economie lag de nadruk op bedrijven en waren consumenten niet veel meer dan stadsbewoners die hun huishoudelijk afval recyclen. De Europese Commissie heeft met haar initiatieven sturing gegeven aan regelgeving en productie; dit heeft tot een hoger recyclingpercentage en de introductie van het begrip ‘milieuvriendelijk ontwerp’ geleid, zo stelt het EESC.

Nu is de tijd gekomen om aandacht te besteden aan de consument in de circulaire economie 2.0”, zegt EESC-rapporteur Carlos Trias Pintó, die er bij de Europese Commissie op aandringt om als eerste de focus te verleggen in haar toekomstige initiatieven.

In deze tweede fase, benadrukt hij, staat consumentenvoorlichting voorop. Voorlichting en educatie zijn onmisbaar, willen we de consument warm maken voor een circulair consumptiepatroon. Daarom moet er worden ingezet op permanente educatie. Ook moet er zo objectief mogelijk voorlichting worden gegeven aan consumenten.

Het EESC pleit voor vrijwillige etikettering als een stap in de richting van verplichte etikettering. Daarbij wordt de sociale en ecologische voetafdruk van een product aangegeven, d.w.z. de mate waarin het product bijdraagt aan de vermindering van emissies of het behoud van biodiversiteit. Ook kan worden gemeld of er efficiënt gebruik is gemaakt van hulpbronnen of van milieuvriendelijke onderdelen, wat de geschatte levensduur is, of er reserveonderdelen verkrijgbaar zijn en of het product gerepareerd kan worden.

Maar ook al raakt de consument door voorlichting en educatie enthousiast over milieuvriendelijke, herstelbare en duurzame producten, feit is dat veel mensen zich die producten niet kunnen veroorloven. Daarom zouden de lidstaten, aldus het EESC, voor een beloningsstelsel moeten kiezen en zouden lokale overheden een duit in het zakje kunnen doen door overheidsopdrachten bij voorkeur aan duurzame leveranciers te gunnen. (dm)