Lucie Studničná: Zoveel solidariteit ontroert me mateloos

De afgelopen weken heb ik als uniek en heel bijzonder ervaren — net als de meeste mensen, denk ik.

Op 11 maart kwam ik ’s avonds laat uit Brussel terug. Ik weet nog dat ik erg moe was. Toen was al duidelijk dat we een paar dagen niet mochten reizen vanwege de nog onbekende gevaren van COVID-19. Eigenlijk was ik wel blij dat ik een paar ongestoorde dagen op mijn kantoor kon doorbrengen. Dat pakte echter heel anders uit.

Een van mijn dochters vroeg of zij en haar man en drie jonge kinderen een paar weken in ons vakantiehuisje (zodanig afgelegen dat het landweggetje er zelfs doodloopt) in Zuid-Bohemen mochten blijven. Het bedrijf van haar man was in lockdown gegaan en hij ging de komende drie maanden thuiswerken. Ik vond het wel een geruststellende gedachte dat ze daar veilig zouden zijn. Mijn man en ik besloten om ze daar op te zoeken. We hadden alleen het weekend willen blijven om wat klusjes te doen, maar uiteindelijk zijn dat zeven weken geworden.

Mijn tweede dochter heeft ons ook nog een poosje gezelschap gehouden, samen met haar zoontje.

Daar zaten we dan: vijf volwassenen, van wie er drie moesten werken, en vier kinderen in een klein huisje met maar één verwarmde kamer en drie koude slaapkamers. Dat was niet altijd even makkelijk. In de loop van die lange, intense maar toch ook lome dagen ben ik tot een paar belangrijke inzichten gekomen:

  • Wanneer je thuis werkt, zijn dikke sokken onmisbaar in je werkgarderobe.
  • We moesten ineens vanalles digitaal doen, en dat werkte wonderwel.
  • Goulash die iets van vijf uur in een houtoven heeft staan sudderen, smaakt verrukkelijk.
  • In zulke zware tijden is het erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om een goed evenwicht te bewaren tussen werk en privé en om dingen los te laten; daar moeten we ons nog in bekwamen.
  • Virtuele borrels zijn heel gezellig.
  • Vakbonden hebben momenteel hun handen vol en hun werk is belangrijker dan ooit.
  • We hebben heel veel telefoontjes en berichten van vrienden gehad die vooral wilden weten of alles goed ging met ons.
  • Waarom moeten er zoveel mensen in Europa sterven voordat we toegeven dat gezamenlijke Europese oplossingen een goede stap voorwaarts kunnen zijn?
  • Virtuele vergaderingen kunnen een goed alternatief zijn, maar er gaat toch niets boven persoonlijke ontmoetingen.
  • Het is nuttig om af en toe je bedverhaaltjes en kinderliedjes op te halen.
  • Als ik denk aan al die mensen in mijn land die blijk hebben gegeven van solidariteit, menselijkheid en saamhorigheid, moet ik een traantje wegpinken.

Toen ik half mei weer op kantoor was, besefte ik dat het zware werk nog maar net was begonnen. De gezondheidscrisis is hopelijk snel over, maar de economische crisis heeft zich al aangediend. Elke dag komen er nieuwe mensen bij die hun baan kwijtraken en bedrijven die hun deuren moeten sluiten. Uiteraard gaan we geen enkele inspanning uit de weg om de economie weer op gang te brengen en alle mensen weer aan werk en een inkomen te helpen. Maar moeten we tegelijkertijd ook niet hard gaan werken aan een gezamenlijke en eerlijke toekomst in een Europa waar mensen veilig, gezond en solidair met elkaar kunnen samenleven, waar ze een fatsoenlijk bestaan met een eerlijk inkomen kunnen opbouwen?