De EU moet ontvolking bestrijden met krachtig gezins- en werkgelegenheidsbeleid

Nu zijn aandeel in de wereldbevolking tot een historisch dieptepunt is gezakt en een nieuwe babyboom weinig waarschijnlijk lijkt, zal Europa als het zijn bevolkingsafname wil kenteren moeten kiezen voor een brede benadering waarbij werkgelegenheid wordt gestimuleerd en een sterk economisch en sociaal beleid wordt omarmd waarmee het vertrouwen van de burgers in de toekomst kan worden teruggewonnen.

In het advies Demografische uitdagingen in de EU in het licht van de ongelijkheid op economisch en ontwikkelingsvlak stelt het Europees Economisch en Sociaal Comité dat bij een dergelijke benadering voorrang moet worden gegeven aan een actief arbeidsmarktbeleid dat werkloosheid tegengaat en kwaliteitsbanen helpt scheppen, in het bijzonder voor jongeren, bij wie de werkloosheid tweemaal zo hoog is als de gemiddelde werkloosheid in de EU-landen.

Een ander belangrijk element om een positieve demografische ontwikkeling in gang te zetten is een stabiel en proactief gezinsbeleid dat het gemakkelijker maakt om privéleven en werk te combineren, bijvoorbeeld door ouderschapsverlof en flexibel werk.

Immigratie kan een oplossing bieden voor het tekort aan arbeidskrachten en specifieke vaardigheden, maar is geen panacee voor de gevolgen van de vergrijzing in Europa, zoals het EESC opmerkt.

“In lidstaten met een actief gezinsbeleid ligt het geboortecijfer hoger dan in lidstaten die geen of een zwak gezinsbeleid voeren,", aldus de rapporteur voor het advies, Stéphane Buffetaut. “Het mag niet zo zijn dat mensen die kinderen krijgen daarmee een wissel trekken op hun levensstandaard of loopbaanvooruitzichten.”

Volgens corapporteur Adam Rogalewski speelt de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten daarom een uiterst belangrijke rol bij de verbetering van de demografische situatie van de EU, dankzij de sterke sociale maatregelen die daarbij worden voorgesteld.

In het advies, dat op verzoek van het Kroatische voorzitterschap werd opgesteld, wordt gewezen op het braindainprobleem, dat het duidelijkst voelbaar is in Oost-Europa aangezien de werknemers daar vertrekken naar landen met een sterkere economie.

Hoewel het vrije verkeer van EU-burgers een fundamentele vrijheid is van de EU, is het zaak de systematische migratie van hooggekwalificeerde en hoogopgeleide werknemers, waardoor de vaardigheidskloof met de ontwikkelingslanden nog wordt verdiept, niet te stimuleren; dit zou namelijk de economische en sociale ontwikkeling van deze landen in gevaar brengen, zo waarschuwt het EESC. (ll)