Klimaatvluchtelingen maken meer dan de helft van alle migranten uit, maar genieten weinig bescherming

Jaarlijks raken tot driemaal zoveel mensen ontheemd door natuurrampen als door gewapende conflicten of andere vormen van geweld en in veel gevallen is de internationale migratie die wij nu zien, begonnen als weergerelateerde binnenlandse ontheemding.

Desondanks vertoont de rechtsbescherming van mensen die hun huis en land moeten verlaten door klimaatgerelateerde oorzaken nog hiaten. Zo is er geen wettelijke definitie die hun status omschrijft en bestaat er geen specifiek internationaal orgaan dat op de bescherming van hun rechten toeziet. Deze bezorgdheden werden geuit tijdens een in maart gehouden hoorzitting van het Europees Economisch en Sociaal Comité die wegens de coronamaatregelen online plaatsvond.

Volgens de sprekers tijdens de hoorzitting moet ontheemding om milieuredenen worden beschouwd als een mensenrechtenkwestie en moet er een op rechten gebaseerde aanpak komen, waarvoor een uitgebreid wettelijk kader vereist is. Momenteel zijn er slechts een handvol los van elkaar bestaande wettelijke mechanismen die daarvoor kunnen worden gebruikt.

In het huidige politieke discours over migratie worden migranten en vluchtelingen vaak aangehaald als voorbeeld om te waarschuwen voor het gevaar van klimaatverandering, wat leidt tot xenofobe argumenten die impliceren dat als je je CO2-uitstoot niet beperkt, er miljoenen migranten en vluchtelingen bij je zullen aankloppen.

Een ander probleem is dat landen pas optreden als er zich een ramp voordoet en niet eens proberen om ontheemding waar mogelijk te voorkomen.

Het is echter vooral belangrijk dat de klimaatverandering wordt getemperd, in de eerste plaats door de opwarming te beperken tot 1,5°C, wat cruciaal is, maar ook door de CO2-uitstoot aanzienlijk te beperken. Als wij daar niet in slagen, zal dat niet alleen leiden tot meer migratie, maar ook tot een toename van “gedwongen immobiliteit” – de hopeloze situatie van mensen die te arm zijn om te evacueren. (ll)