door Isabel Caño Aguilar

We leven in ongewone en uitzonderlijke tijden.

Aan de ene kant zitten we in isolement in onze landen, in onze huizen. Aan de andere kant weten we zeker dat de wereld niet tot stilstand kan komen en dat de mensen in het maatschappelijk middenveld elke ochtend weer opstaan en aan de slag gaan.

De emotionele last die in deze ongekende situatie op eenieder van ons drukt, is enorm.

We weten niet wat de dag ons gaat brengen. We krijgen er in alle opzichten mee te maken, zowel in ons privéleven als in ons werk.

In de eerste plaats denk ik aan de openbare dienstverlening, en dan met name aan de mensen die in de gezondheidszorg werken: toegewijd als ze zijn, pakken ze hun verantwoordelijkheid op en draaien ze extra uren, waarbij ze alles op alles zetten om de ziekenhuizen en zorgverlening overeind te houden. Sinds 15 maart sta ik, net als vele anderen, elke avond om acht uur op mijn balkon te applaudisseren. Net als al die anderen geef ik op die manier blijk van mijn waardering voor de enorme inspanningen van het zorgpersoneel. Maar daarnaast sluit ik sluit me ook aan bij de luide roep om meer middelen voor onze zorgstelsels.

Mijn speciale dank gaat uit naar alle zorgmedewerkers van de afdeling Verloskunde en Gynaecologie van het universitair ziekenhuis San Cecilio in Granada, die keihard werken. De foto in deze EESCinfo is door hen gedeeld.

Ter herdenking van het feit dat Florence Nightingale, de grondlegger van de moderne verpleging, tweehonderd jaar geleden werd geboren, heeft de WHO 2020 uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van verpleeg- en verloskundigen – mannen en vrouwen die ook in de huidige coronacrisis een cruciale rol vervullen en essentiële diensten verlenen.

En zij zijn niet de enigen. Laten we niet vergeten dat er een niet minder belangrijke sector bestaat, waarin ik met trots heb gewerkt: het onderwijs. Miljoenen studenten in heel Europa mogen hun huis niet uit en zouden hun lesprogramma’s niet kunnen volgen zonder de onaflaatbare en onvermoeibare ondersteuning van het onderwijspersoneel.

Nooit eerder is het werk in deze sectoren zo zichtbaar geweest, en ik vind dat de EU als blijk van erkenning moet afstappen van de bezuinigingsmaatregelen die deze sectoren armer hebben gemaakt, en dat zij met concrete maatregelen moet komen en meer geld moet uittrekken.

Zonder de maatschappelijke organisaties die dag in dag uit de handen uit de mouwen steken, kunnen we deze crisis niet te boven komen. De EU moet dan echter wel een krachtige impuls geven.

Binnenkort is het 70 jaar geleden dat de Schuman-verklaring werd ondertekend, en meer dan ooit moet de EU haar daadkracht en inzet tonen. De EU moet nu laten zien wat ze waard is: ze moet in actie komen en geld beschikbaar stellen. Alleen op die manier kan ze tot de verbeelding van haar burgers blijven spreken en voorkomen dat ze haar betekenis verliest.

In deze covid-19-tijden, die blijvende sporen in onze samenleving zullen nalaten, moeten we bovenal het signaal geven dat een ander Europa mogelijk is, een Europa dat sterker en beter is.