Door Helena De Felipe Lehtonen

Midden in deze pandemie die ons allen treft, maar vooral ouderen en mensen met een zwakkere gezondheid, vraag ik me af of het virus niet in een laboratorium is ontstaan en al dan niet per ongeluk is vrijgekomen. Aangezien dat voor gewone burgers waarschijnlijk altijd een raadsel zal blijven en er wellicht pas tegen het najaar van 2021 een vaccin beschikbaar zal zijn, is het niet uitgesloten dat we de komende winter met een ander virus te maken krijgen dat vergelijkbare gevolgen heeft (denk maar aan de Spaanse griep van 1918).

Is het stilleggen van de economie en het massaal inzetten van reservemiddelen in bijna alle landen dan wel de beste manier om de werkgelegenheid en de reële economie in stand te houden? Of is het misschien beter om al onze logistieke en economische inspanningen aan te wenden om onze gezondheidszorg de middelen te verschaffen om burgers die besmet zijn geraakt te testen en zo nodig te behandelen?

Ik denk namelijk dat de wereldeconomie zoiets in 2021 helemaal niet aankan, ondanks alle noodhulp en leningen, omdat de reële economie zal instorten – en de werkgelegenheid dus ook. De kans bestaat dat we op een punt belanden waarop de staat de leiding over het maatschappelijk middenveld moet overnemen, omdat de particuliere sector daartoe niet meer in staat is.

Er wordt niet meer gewacht op het moment dat de Europese Unie duidelijk leiderschap aan de dag legt en de lidstaten vertelt welke stappen zij moeten zetten in de strijd tegen deze pandemie, zowel op het vlak van volksgezondheid als op economisch en sociaal vlak. Elk land heeft zijn eigen maatregelen genomen en zich daarbij louter gebaseerd op de veronderstellingen van de WHO, die uiteraard geen rekening houdt met de economie. Ook dit is een fundamenteel uitgangspunt om de leidende rol van de EU te beoordelen.

Als lid van het EESC en vertegenwoordigster van de Europese en Spaanse kleine en middelgrote ondernemingen, die gemiddeld twee of drie werknemers in dienst hebben, denk ik dat de emotionele, economische en persoonlijke schade onomkeerbaar is. Het is daarom tijd voor een visie op korte tot middellange termijn, waarin geen plaats is voor het soort gezondheidsmaatregelen dat in totalitaire landen wordt genomen en die zich absoluut niet lenen voor een vrijemarkteconomie.