Cognitieve minderheden kunnen de mismatch op de arbeidsmarkt van morgen helpen oplossen

In januari werd tijdens de vergadering van de EESC-afdeling TEN een presentatie gegeven over de vraag hoe we het potentieel van "cognitieve minderheden" (mensen met hoogfunctionerend autisme, hyperactiviteit, dyslexie en dyspraxie) kunnen benutten om aan de vraag naar bepaalde karig beschikbare technische vaardigheden te voldoen, en zo tegelijkertijd hun sociale integratie kunnen vooruithelpen.

Hugo Horiot, schrijver van het boek "Autisme, j'accuse!" en zelf autistisch, wees op de "vele niches waar bepaalde zeer technische skills nodig maar moeilijk te vinden zijn, omdat de cognitieve groep die over die skills beschikt, door het systeem wordt afgewezen". Hij benadrukte dat "we bedrijven en instellingen moeten aanmoedigen om andere wervings- en beoordelingsmethoden te hanteren dan de standaardmethoden waarbij sociale vaardigheden centraal staan."

Volgens een aantal schattingen zal ongeveer 65 % van de huidige scholieren terechtkomen in banen die op dit moment niet bestaan en zullen bedrijven het steeds moeilijker hebben om de vaardigheden te vinden die ze nodig hebben. Door het potentieel van cognitieve minderheden te benutten wordt niet alleen een essentiële bijdrage geleverd aan onze samenleving maar wordt ook mensen met een “andere” intelligentie de kans geboden op sociale integratie. “Zo krijgt een groep in de samenleving die geen enkel perspectief heeft de kans om op innovatieve manieren bij te dragen aan onze samenleving”, aldus de heer Horiot.

Het is van fundamenteel belang te erkennen dat alle mensen complementair zijn en in staat om op meerdere manieren bij te dragen aan de samenleving. "We zijn allemaal verschillend," zei de voorzitter van de TEN-afdeling Pierre Jean Coulon. “Er zijn echter verschillen die als aanvaardbaar worden beschouwd omdat ze niemand storen of geen gevolgen hebben, en er zijn verschillen die we niet accepteren, zoals in het geval van neurodiversiteit," besloot hij.(mp)